het feest van de geest

Naarmate de wetenschap verdere vooruitgang boekte, werd het steeds vanzelfsprekender dat de survivals van een oudere traditie naar de marge werden gedreven. Rituelen moesten zich voegen naar een centrale orde, en hun beoefenaren ook. Zij werden getoetst aan meetbare criteria, zoals het gewicht van hun lichaam; het hoogtepunt van de Europese heksenvervolgingen vond plaats in de periode die in de geschiedenis van het denken bekend staat als het rationalisme. Het mechanisch uurwerk vervolgde rustig zijn loop, zonder zich iets aan te trekken van de afwisseling der seizoenen. Maar intussen volgden de seizoenen elkaar in een vertrouwde cyclus op. Telkens wanneer de winter voorbij was, werd het weer lente. In die perioden gebeurden er verschillende dingen in en met de aarde. Die gaven aanleiding tot verschillende ervaringen, en daar hoorden weer verschillende emoties bij. Hetzelfde gold voor gebeurtenissen in het privé-leven. Op het ene moment werd er een kind geboren, op een ander moment overleed een ouder familielid. De klokketijd van die uiteenlopende gebeurtenissen liet zich volgens dezelfde orde vaststellen, maar mensen zitten niet zo in elkaar dat ze van een ervaring alleen maar proces-verbaal opmaken, vaststellen dat er voor elk van de gebeurtenissen een toereikende grond bestaat, en vervolgens weer openstaan voor de volgende ervaring. Belevenissen hebben impact, en daar is het hele organisme bij betrokken. Ervaringen ‘een plaats geven’ vereist meer dan het vermelden van de juiste coördinaten. Op school leerden de kinderen dat lente en winter jaargetijden heetten, en geboorte en dood familiegebeurtenissen. Maar onder die fatsoenlijk gerubriceerde conceptuele kennis bleef een ander bewustzijn sluimeren, dat ook andere verbanden legde: geboorte en lente – die horen bij elkaar. En dood en winter ook.



Dr. Albert van der Schoot
Uit: : Het feest van de geest – oratie bij de aanvaarding van het lectoraat Kunst en Reflectie van ArtEZ hogeschool voor de kunsten – uitgesproken op 23 september 2005.